Ter bescherming tegen effecten van foutstromen worden foutstroombeveiligingen gebruikt, die met vermogensautomaten worden gecombineerd. Deze apparaatcombinaties hebben samen de volgende functies:
De foutstroombeveiligingen beschermen afhankelijk van de uitvoering:
Op de vermogensautomaten NZM1 en NZM2 kunnen dergelijke foutstroombeveiligingen worden aangebouwd. Er is geen externe hulpspanning nodig. In geval van fouten wordt door de foutstroombeveiliging de vermogensautomaat geschakeld, d.w.z. de hoofdcontacten worden geopend. Voor het herstellen moeten de vermogensautomaat en de foutstroombeveiliging worden gereset.
De hoofdfuncties en de bijbehorende waarden zijn in de navolgende tabel opgesomd.
Gebruik is mogelijk in drie- en eenfasesystemen.
Bij 2-polig bedrijf moet erop worden gelet, dat de beide aansluitingen, die voor de testfunctie nodig zijn, op spanning zijn aangesloten.

Testknop (T)

NZM1-(4)..., NZM2-4...

NZM2-4-XFI

NZM1-(4)-XFI
Via hulpcontacten wordt de afschakeling gesignaleerd. De NZM2-4-XFI… heeft vast- ingebouwde contacten. Bij de NZM1(-4)-XFI… kunnen twee contactelementen M22-K… uit het Moeller RMQ-Titan-programma worden ingeklikt.
Contactweergave is "niet geschakeld". [t-head3]
NZM1(-4)-XFI…
NZM2-4-XFI…

