Automatische sterdriehoekschakelaar SDAINL [t-head1-pg]
Opstelling en dimensionering van de veiligheidsinrichtingen [t-head1-nnp]
| Positie A
|
Positie B
|
|
| F2 = 0,58 × Ie
met F1 in positie B ta ≤ 15 s
|
Q1 = Ie
ta > 15 – 40 s
|
|
| Motorbeveiliging in
- en -stand |
Motorbeveiliging in
-stand alleen beperkt |
Dimensionering van de schakelapparaten [t-head3]
Q11, Q15 = 0,58 × Ie
Q13 = 0,33 × Ie
Verdere instructie voor opstelling van de motorbeveiligingsrelais → Paragraaf Automatische sterdriehoekschakelaar SDAINL.
SDAINLM12 ... SDAINLM55 [t-head3]
SDAINLM12 ... SDAINLM260 [t-head3]
Continu contact
Dubbele knop
Bedieningsapparaat
I = AAN
0 = UIT
Aansluiting overige bedieningsapparaten → Paragraaf Bedieningsapparaten voor sterdriehoek-inschakelen
Overeenkomstig de ingestelde omschakeltijd opent K1/17-18 circuit Q13. Na 50 ms wordt via K1/17-28 circuit Q15 gesloten. Sterschakelaar Q13 valt af. Driehoekschakelaar Q15 trekt aan en verbindt motor M1 met de volledige netspanning. Tegelijkertijd onderbreekt verbreekcontact Q15/22–21 het circuit Q13 en vergrendelt zo tegen opnieuw inschakelen tijdens de bedrijfstoestand. Opnieuw aanlopen is alleen mogelijk, wanneer vooraf is uitgeschakeld met drukknop 0, bij overbelasting door het verbreekcontact 95–96 op motorbeveiligingsrelais F2 of via het maakcontact 13–14 van de motorbeveiligingsschakelaar of de vermogensautomaat.


- en
-stand