Rond om de motor
Sterdriehoekschakelen van draaistroommotoren

Automatische sterdriehoekschakelaar SDAINL EM [t-head1]

Drukknoppen
Vast contact

K1: tijdrelais ca. 10 s

Q11: netschakelaar

Q13: sterschakelaar

Q15: driehoekschakelaar

Dubbele knop

Bedieningsapparaat
I = AAN
0 = UIT

Aansluiting overige bedieningsapparaten  Paragraaf Bedieningsapparaten voor sterdriehoek-inschakelen

Werking [t-head3]

Drukknop I bediend sterschakelaar Q13. Het maakcontact Q13/14-13 daarvan geeft spanning aan netschakelaar Q11. Q11 trekt aan en legt motor M1 in sterschakeling aan de netspanning. Q11 en Q13 houden zichzelf via maakcontact Q11/14–13 en Q11 ook nog via Q11/44–43 en drukknop 0 op spanning. Met netschakelaar Q11 krijgt tegelijkertijd tijdrelais K1 spanning. Overeenkomstig de ingestelde omschakeltijd opent K1 via het wisselcontact 15–16 circuit Q13 en sluit via 15–18 circuit Q15. Sterschakelaar Q13 valt af.

Driehoekschakelaar Q15 trekt aan en verbindt motor M1 met de volledige netspanning. Tegelijkertijd onderbreekt verbreekcontact Q15/22–21 het circuit Q13 en vergrendelt zo tegen opnieuw inschakelen tijdens de bedrijfstoestand.

Opnieuw aanlopen is alleen mogelijk, wanneer vooraf is uitgeschakeld met drukknop 0, bij overbelasting door het verbreekcontact 95–96 op motorbeveiligingsrelais F2 of via het maakcontact 13–14 van de motorbeveiligingsschakelaar of de vermogensautomaat.


Imprint © 2009 Moeller GmbH   Top