Automatische omkeersterdriehoekschakelaar SDAIUL [t-head1-pg]
Twee draairichtingen
Dimensionering van de schakelapparaten [t-head3]
Q11, Q12: Ie
F2, Q15 : 0,58 × Ie
Q13 : 0,33 × Ie
Het maximale motorvermogen is begrensd door de voorgeschakelde omkeerschakelaar en lager dan bij automatische sterdriehoekschakelaars voor één draairichting
Normale uitvoering: relaisstroom = nom. motorstroom × 0,58
Andere posities van het motorbeveiligingsrelais → Paragraaf Sterdriehoekschakelen met motorbeveiligingsrelais
| Draairichting wijzigen na bedienen van de 0-drukknop
|
|
|
|
Drievoudige drukknop
Bedieningsapparaten
I = rechtsdraaien
0 = stop
II = linksdraaien
|
| Draairichtingsverandering zonder bedienen van de 0-drukknop
|
|
|
|
Drievoudige drukknop
Bedieningsapparaten
I = rechtsdraaien
0 = stop
II = linksdraaien
|
Aansluiting overige bedieningsapparaten → Paragraaf Bedieningsapparaten voor sterdriehoek-inschakelen
Werking [t-head3]
Drukknop I bedient schakelaar Q11 (bijv. rechts draaien). Drukknop II bedient schakelaar Q12 (bijv. links draaien). De eerst ingeschakelde schakelaar sluit de motorwikkeling aan op spanning en houdt zichzelf via het eigen hulpcontact 14–13 en drukknop 0 aan spanning. Het aan iedere netschakelaar toegekende maakcontact 44-43 geeft de spanning door aan sterschakelaar Q13. Q13 trekt aan en schakelt de motor M1 in sterschakeling in. Tegelijkertijd spreekt ook tijdrelais K1 aan. Overeenkomstig de ingestelde omschakeltijd opent K1/17–18 circuit Q13. Q13 valt af. K1/17–28 sluit het circuit van Q15.
Driehoekschakelaar Q15 trekt aan en schakelt motor M1 om naar driehoek, dus op volledige netspanning. Tegelijkertijd onderbreekt verbreekcontact Q15/22–21 het circuit Q13 en vergrendelt zo tegen opnieuw inschakelen tijdens de bedrijfstoestand. Voor het omschakelen tussen rechts- naar linksdraaiend moet afhankelijk van de schakeling eerst de drukknop 0 worden bediend of direct de drukknop voor de tegengestelde richting. Bij overbelasting schakelt het verbreekcontact 95-96 op motorbeveiligingsrelais F2 uit.

