Bij asynchroonmotoren bepaalt het aantal polen het toerental. Door verandering van het aantal polen kunnen meerdere toerentallen worden gerealiseerd. Standaard uitvoeringsvormen zijn:
De verschillende mogelijkheden van de Dahlanderschakeling resulteren in verschillende vermogensverhoudingen voor de beide toerentallen
De
/
-schakeling benadert het meest de wens tot een constant draaimoment. Deze heeft bovendien als voordeel, dat de motor voor softstarten of voor reductie van de inschakelstroom voor het lage toerental in y/d-schakeling kan worden gestart, wanneer negen klemmen aanwezig zijn (→ Paragraaf Motorwikkelingen).
De
/
-schakeling is het best geschikt voor de aanpassing van de motor op machines met kwadratisch toenemend draaimoment (pompen, ventilatoren, compressoren). Alle poolomschakelaars van Moeller zijn geschikt voor beide schakelingstypen.
Twee toerentallen – gescheiden wikkelingen
Motoren met gescheiden wikkelingen maken theoretisch iedere toerentalcombinatie en iedere vermogensverhouding mogelijk. De beide wikkelingen zijn in
geschakeld en volledig onafhankelijk van elkaar.
De voorkeurstoerentalcombinaties zijn voor :
| Motoren met Dahlanderschakeling
|
1500/3000
|
–
|
750/1500
|
500/1000
|
||||
| Motoren met gescheiden wikkelingen
|
–
|
1000/1500
|
–
|
–
|
||||
| Aantal polen
|
4/2
|
6/4
|
8/4
|
12/6
|
||||
| Identificatienummer laag/hoog
|
1/2
|
1/2
|
1/2
|
1/2
|
Het identificatienummer voor het toerental wordt voor de Identificatieletter geplaatst. Voorbeeld: 1U, 1V, 1W, 2U, 2V, 2W. Conf. DIN EN 60034-8.

