Rond om de motor
Poolomschakelen van draaistroommotoren

Twee gescheiden wikkelingen, een draairichting, twee toerentallen [t-head1-pg]

Poolomschakelaar UPDIUL, met zekeringen en motorbeveiligingsrelais

Zekeringgrootte volgens specificatie op de typeplaat van het motorbeveiligingsrelais F2 en F21. Wanneer motorbeveiligingsrelais F2 en F21 niet door een gemeenschappalijke zekering kunnen worden beveiligd, schakeling  Figuur gebruiken.

Motorwikkelingen  Paragraaf Motorwikkelingen.

Schakeling A ( Figuur)
Een drievoudige drukknop
 
Schakeling C ( Figuur)
Een drievoudige drukknop

 

     

Q17: netschakelaar, laag toerental

Q21: netschakelaar, hoog toerental

   

 

Drievoudige drukknop

I: laag toerental (Q17)

0: stop

II: hoog toerental (Q21 + Q23)

 
Aansluiting andere bedieningsapparaten  Figuur.

Werking   [t-head3]

Door bedienen van drukknop I wordt de spoel van schakelaar Q17 bekrachtigd. Q17 schakelt het lage toerental van de motor in en houdt zichzelf onder spanning na vrijgave van de drukknop I via zijn hulpcontact 13-14 en drukknop 0.

Voor het omschakelen tussen de toerentallen moet afhankelijk van de schakeling eerst de drukknop 0 worden bediend of direct de drukknop voor het andere toerental. Behalve met drukknop 0 kan ook bij overbelasting door het verbreekcontact 95–96 van motorbeveiligingsrelais F2 en F21 worden uitgeschakeld.


Imprint © 2009 Moeller GmbH   Top