Rond om de motor
Poolomschakelen van draaistroommotoren

Dahlanderschakeling, twee draairichtingen, twee toerentallen(voorkeuze draairichting) [t-head1-pg]

Poolomschakelaars UPIUL [t-head3]

Bij poolomschakelaars zonder motorbeveiliging vervallen motorbeveiligingsrelais F2 en F21.

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Dimensionering van de schakelapparaten
Q11, Q12 = I2 (lage en hoge toerentallen)
F2, Q17 = I1 (laag toerental)
F1, Q21 = I2
Q23 = 0,5 × I2 (hoog toerental)

 

Vijfvoudige drukknop

Schakeling [t-head3]

Draairichtingsverandering VOORUIT-ACHTERUIT via stopbediening, dan naar keuze LANGZAAM-SNEL zonder terugschakelmogelijkheid naar lage toerental.

 
Bedieningsapparaat

0: stop

I: vooruit (Q11)

II: achteruit (Q12)

III: langzaam (Q17)

IV: snel (Q21 + Q23)

Werking [t-head3]

door indrukken van de drukknop I wordt de schakelaarspoel Q11 bekrachtigd. Schakelaar Q11 stelt de draairichting in en houdt zichzelf onder spanning via zijn hulpcontact 14-13 en drukknop 0. Via Q11/44–43 worden de drukknoppen III en IV voor de toerentallen actief.

Drukknop III bekrachtigd Q17, die zichzelf via zijn contact 14–13 vasthoudt. Drukknop IV bedient de schakelaars Q23 en Q21 voor het hoge toerental. Het hulpcontact Q21/21–22 maakt de drukknop III voor het lage toerental inactief. Voor een toerental- of richtingsverandering moet weer de drukknop 0 worden bediend.


Imprint © 2009 Moeller GmbH   Top