Dahlanderschakeling, twee draairichtingen, twee toerentallen(voorkeuze draairichting) [t-head1-pg]
Werking [t-head3]
door indrukken van de drukknop I wordt de schakelaarspoel Q11 bekrachtigd. Schakelaar Q11 stelt de draairichting in en houdt zichzelf onder spanning via zijn hulpcontact 14-13 en drukknop 0. Via Q11/44–43 worden de drukknoppen III en IV voor de toerentallen actief.
Drukknop III bekrachtigd Q17, die zichzelf via zijn contact 14–13 vasthoudt. Drukknop IV bedient de schakelaars Q23 en Q21 voor het hoge toerental. Het hulpcontact Q21/21–22 maakt de drukknop III voor het lage toerental inactief. Voor een toerental- of richtingsverandering moet weer de drukknop 0 worden bediend.

