Rond om de motor
Poolomschakelen van draaistroommotoren

Dahlanderschakeling, middelste en hoge toerental,
Een draairichting, drie toerentallen, twee wikkelingen [t-head1-pg]

Poolomschakelaar U3PIL [t-head3]

Poolomschakelaar U3PIL met motorbeveiligingsrelais  Figuur

Synchrone toerentallen

Wikkeling
 
1
 
2
 
2
Motorklemmen
 
1U, 1V, 1W
 
2U, 2V, 2W
 
3U, 3V, 3W
Aantal polen
12
8
4
tpm
500
750
1 500
Aantal polen
8
4
2
tpm
750
1500
3 000
Aantal polen
 
6
 
4
 
2
tpm
1 000
1 500
3 000
Schakelaars
Q11
Q17
Q21, Q23

Dimensionering van de schakelapparaten

Q2, Q11 : I1 (laag toerental)
Q1, Q17 : I2 (middelste toerental)
Q3, Q21 : I3 (hoog toerental)
Q23 : 0,5 × I3

Schakeling van de motorwikkeling : X
Schakeling A

Schakeling A
Inschakelen van ieder toerental vanuit nul, geen terugschakeling naar een lager toerental, alleen naar nul.

Schakeling B
Inschakelen van ieder toerental vanuit nul of vanuit een lager toerental. Terugschakelen alleen naar nul.

Q11: laag toerental wikkeling 1

Q17: middelste toerental wikkeling 2

Q23: hoog toerental wikkeling 2

Q21: hoog toerental wikkeling 2

Viervoudige drukknop

0: stop

I: laag toerental (Q11)

II: middelste toerental (Q17)

III: hoog toerental (Q21 + Q23)

Werking [t-head3]

Drukknop I bedient netschakelaar Q11 (laag toerental), drukknop II netschakelaar Q17 (middelste toerental), drukknop III sterschakelaar Q23 en via het maakcontact Q23/14–13 daarvan netschakelaar Q21 (hoog toerental). Alle schakelaars houden zichzelf via hun hulpcontact 13–14 aan spanning. De volgorde van het toerental van lager naar hoger is willekeurig. Stapsgewijze terugschakeling van hogere naar middelste of lagere toerental is niet mogelijk. Uitschakelen telkens met drukknop 0. Bij overbelasting kan bovendien maakcontact 13–14 van motorbeveiligingsschakelaar of vermogensautomaat uitschakelen.


Imprint © 2009 Moeller GmbH   Top