Normen, formules, tabellen
Beschermingsgraden elektrische bedrijfsmiddelen

Voor bescherming tegen water [t-head1-pg]

Tweede kencijfer
 
Mate van bescherming
Benaming
 
Toelichting
0
 
Geen beveiliging
 
Geen bijzondere beveiliging
1
Bescherming tegen loodrecht vallende waterdruppels
Waterdruppels, die loodrecht naar beneden vallen, mogen geen schadelijke invloed hebben.
2
Bescherming tegen waterdruppels, tot max. 15 kasthelling
Loodrecht vallende druppels mogen geen schadelijke werking hebben, wanneer de behuizing met een hoek van 15 t.o.v. de loodlijn is gekanteld.
3
Bescherming tegen sproeiwater
Water, dat in een willekeurige hoek tot 60 aan beide zijden van de loodrechte as invalt, mag geen schadelijke effecten hebben.
4
Bescherming tegen spatwater
Water, dat in alle richtingen tegen de behuizing spat, mag geen schadelijke invloed hebben.
5
Bescherming tegen waterstralen
Een waterstraal uit een nozzle, die uit alle richtingen op het bedrijfsmiddel wordt gericht, mag geen schadelijke werking hebben.
6
Bescherming tegen sterke waterstralen
Water, dat uit elke richting als sterkte straal tegen de behuizing is gericht, mag geen schadelijke werking hebben.
7
Bescherming bij tijdelijk onderdompelen
Water mag niet in schadelijke hoeveelheden binnendringen, wanneer het bedrijfsmiddel onder genormeerde druk- en tijdomstandigheden in water wordt ondergedompeld.
8
 
Bescherming bij langdurig onderdompelen
 
Water mag niet in schadelijke hoeveelheden binnendringen, wanneer het bedrijfsmiddel continu onder water wordt gedompeld onder condities welke tussen fabrikant en gebruiker moeten worden overeengekomen.
De voorwaarden moeten moeilijker zijn dan voor kencijfer 7.
9K*
Beveiliging bij hogedruk-/stoomreiniging
Water, dat uit elke richting onder sterk verhoogde druk tegen de behuizing is gericht, mag geen schadelijke effecten hebben.
Waterdruk 100 bar
Watertemperatuur 80 ˚C
* Dit kencijfer komt uit de norm DIN 40050-9.
Stroomtype
 
Gebruiks­-categorie
 
Typische toepassingen
 
Normale gebruiksomstandigheden
 
 
 
Afwijkende gebruiksomstandigheden
   
I = inschakelstroom, Ic = uitschakelstroom,
Ie = nom. bedrijfsstroom, U = spanning,
Ue = nominale bedrijfsspanning
Ur =terugkerende spanning,
t0,95 = tijd in ms, tot 95 % van de stationaire stroom is bereikt.
P = Ue × Ie = nominale vermogen in Watt
 
 
 
 
 
 
 
 
Inschakelen
 
Uitschakelen
Inschakelen
Uitschakelen
 
 
cos φ
 
 
 
cos φ
 
 
cos φ
 
 
cos φ
Wisselstroom
 
AC-12
 
Sturen van ohmse belasting en halfgeleiderlast in ingangscircuits van opto-couplers
 
1
 
1
 
0,9
 
1
 
1
 
0,9
 
 
 
 
 
 
AC-13
Sturen van halfgeleiderlast met transformatorscheiding
2
1
 
0,65
1
1
0,65
10
1,1
0,65
1,1
1,1
0,65
AC-14
Sturen van kleine elektromagnetische last (max. 72 VA)
6
1
 
0,3
1
1
0,3
6
1,1
0,7
6
1,1
0,7
AC-15
Sturen van elektromagnetische last (groter dan 72 VA)
10
1
 
0,3
1
1
0,3
10
1,1
0,3
10
1,1
0,3
       
 
 
t0,95
 
 
 
T0,95
T0,95
T0,95
Gelijkstroom
 
DC-12
 
Sturen van ohmse belasting en halfgeleiderlast in ingangscircuits van opto-couplers
 
1
 
1
 
1 ms
 
1
 
1
 
1 ms
 
 
 
 
 
 
DC-13
Sturen van elektromagneten
1
1
 
6 × P1)
 
1
 
1
 
6 × P1)
1,1
 
1,1
 
6 × P1)
1,1
 
1,1
 
6 × P1)
DC-14
Sturen van elektromagnetische lasten met spaarweerstanden in circuit
10
1
 
15 ms
1
1
15 ms
10
1,1
15 ms
10
1,1
15 ms
conform IEC 60947-5-1, EN 60947-5-1 (VDE 0600 deel 200)
 
1)De waarde „6 × P“ resulteert uit een empirisch gedrag, dat met de meeste gelijkstroom-magneetlasten tot de bovenste grenswaarde P = 50 W overeenkomt, waarbij 6 [ms]/[W] = 300 [ms] is. Lasten met een nom. vermogen meer dan 50 W bestaan uit kleine parallel liggende lasten. Daarom is 300 ms een bovengrens, onafhankelijk van de grootte van het vermogen.

Imprint © 2009 Moeller GmbH   Top